Om regels van grote corpsen (bijvoorbeeld krantekoppen) te kunnen gieten, moesten speciale machines worden gebouwd. Net als bij de regelzetmachines werden de regels vanaf matrijzen gegoten, maar het zetten moest met de hand worden gedaan. Daarvoor gebruikte men een speciale zethaak, die in de machine moest worden geplaatst. Met een andere machine konden zetmaterialen als interlinies, regletten en lijnen van verschillende dikten worden gegoten. Van de cursief en donkerblauw weergegeven woorden wordt een korte uitleg zichtbaar als ze worden aangewezen.
Ludlow
Met deze machine werden regels gegoten met een voetdikte van 6 of 12 punten en een vaste lengte van 21 of 22½ augustijn. Bij alle matrijzen voor corps 4 tot en met 240 punten is het gietbeeld in het midden aangebracht. Daardoor hangen de letters van de grotere corpsen aan beide kanten over. Voor de noodzakelijke ondersteuning daarvan gebruikte men witregels, die op dezelfde machine werden gegoten. Hiernaast ziet u een schematische weergave van een regel met de ondersteunende witregels. Het feit dat op een vaste lengte werd gegoten, wil niet zeggen dat langere regels niet mogelijk waren. Zulke regels werden in delen van 21 augustijn gegoten en dan achter elkaar geplaatst. Een regel van bijvoorbeeld 42 augustijn werd eerst in zijn geheel gezet en daarna werd op ongeveer de scheiding van 21 augustijn een regelspatie geplaatst. Bij het gieten van zo'n regel kon het voorkomen, dat een letterbeeld precies op de scheiding van de twee regels van 21 augustijn komt. Die letter werd dan deels overhangend gegoten. De tweede regel kreeg vanzelf wit waarop het overhangende deel van de eerste kwam te rusten. Als de eerste regel op het eind wit krijgt, dan hangt de letter op de tweede regel juist zoveel over om precies aan te sluiten. Zo is er geen naad zichtbaar op de scheiding tussen de twee regels. Voor regels van bijvoorbeeld 28 of 36 augustijn was de werkwijze bijna gelijk. De zetter moest alleen voor voldoende wit aan het eind van de tweede regel zorgen, zodat die op de gewenste maat kon worden gezaagd. Dat laatste was ook het geval als de regel korter dan 21 augustijn moest zijn. Tot en met corps 96 kon op vaste regels worden gegoten. Voor de corpsen daarboven, tot en met corps 240, kon de machine alleen losse letters gieten. Een foto van matrijzen, een zethaak en gegoten regels kunt u hier bekijken.
All-purpose Linotype
Deze machine bestond uit het gietgedeelte van de Linotype regelzetmachine, waarop regels vanaf met de hand gezette matrijzenregels werden gegoten. Dit gold alleen voor de grote tot zeer grote corpsen, omdat de machine was bedoeld als aanvulling op de regelzetmachine van Linotype. De regels werden overhangend gegoten, waarbij het beeld aan de onderkant buiten de regel uitstak. Om van zulke regels te kunnen drukken moet het overhangende deel worden ondersteund. Daarvoor werden witte regels van de vereiste dikte gebruikt. Hiernaast is dit schematisch weergegeven als de doorsnede van de regel samen met de ondersteunende witte regel. Door zijn beperkte mogelijkheden en de concurentie van andere gietmachines werd de productie van deze machine al vóór 1965 gestaakt.
Elrod
Met deze machine werden uitsluitend verschillende soorten wit en lijnen gegoten, waarvoor maar één gietvorm per soort nodig was. De gietvorm bepaalde dus of de machine interlinies, regletten of lijnen afleverde. Een tangvormige grijper trok het product uit de machine terwijl ondertussen vloeibaar lood in de gietvorm werd gepompt en het nieuwe deel aan het oude werd gelast. Zo leverde de machine een in principe eindloos product, maar kon toch op de gewenste maat worden gemaakt. Dat gebeurde met met behulp van een snijapparaat dat een deel van de machine was.